Nieuws

Droge ogen en contactlenzen: verder kijken dan de traanfilm

Droge ogen en contactlensdiscomfort blijven actuele thema’s binnen de oogzorgpraktijk. Door toenemend schermgebruik, veranderende leefomstandigheden en de groeiende vraag naar comfortabel lensdragen krijgen oogzorgprofessionals hier dagelijks mee te maken. Optometrist Lisette Ulfman-Hulsman en optometrist in opleiding Laurie Savelkoul delen hun visie op droge ogen binnen de contactlenspraktijk.
Door: Bianca Schut

Droge ogen worden al lang niet meer uitsluitend gezien bij oudere cliënten. Volgens Lisette verschuift de problematiek steeds nadrukkelijker naar jongere doelgroepen. “Toen ik begon, zag je vooral vijftigplussers met droge ogen. Tien jaar geleden zag ik dat de leeftijd begon te dalen en inmiddels zie ik ook dertigers, twintigers en zelfs kinderen op het spreekuur.” Beide experts zien moderne leefomstandigheden als een belangrijke oorzaak van deze ontwikkeling.

Schermgebruik en omgevingsfactoren
Schermgebruik speelt daarbij een grote rol. “Mensen knipperen minder wanneer ze geconcentreerd naar een scherm kijken,” vertelt Lisette. “Daardoor wordt de traanfilm instabiel en ontstaan klachten.” Ook omgevingsfactoren dragen volgens haar sterk bij aan droge ogen bij contactlensdragers. Denk aan airconditioning, lage luchtvochtigheid en storende luchtstromen. Soms zijn er simpele verbeteringen mogelijk, door op een andere plaats te gaan zitten in het kantoor waar de cliënt werkt, of door bijvoorbeeld een luchtbevochtiger neer te zetten en zo te zorgen voor een luchtvochtigheid tussen de 40 en 60%. Ook zijn er vochtregulerende planten te koop.

Onzichtbaar
Laurie benadrukt dat de oorzaak van droge ogen niet altijd direct zichtbaar is. “Vroeger dacht ik dat droge-ogenklachten altijd gepaard gingen met duidelijke afwijkingen, zoals een verkorte tear break-up time, punctata, blefaritis of een verminderde traanproductie. In de praktijk blijkt dat echter niet altijd zo te zijn. Sommige cliënten ervaren duidelijke klachten, zoals droogheid, branderigheid, pijn of lichtgevoeligheid, terwijl het oog bij spleetlamponderzoek vrijwel normaal oogt.” Een mogelijke verklaring hiervoor is neuropathische oogpijn. “De zenuwen van het hoornvlies kunnen overgevoelig raken, waardoor klachten ontstaan zonder duidelijke afwijkingen.”

Beleving centraal
Volgens Laurie benadrukt dit het belang van goed luisteren naar de cliënt. “De belangrijkste boodschap blijft dat de beleving van de cliënt centraal staat. Niet elk droog oog is objectief aantoonbaar en niet elk rustig oog betekent milde klachten.” Lisette herkent dat volledig. “Aan het oog is niet altijd veel van de droogte te zien, terwijl de klachten heel hinderlijk kunnen zijn. Werkgevers begrijpen soms niet waarom iemand geen hele dag achter een scherm kan zitten, terwijl droge ogen echt pijnlijk kunnen zijn en de kwaliteit van leven behoorlijk kunnen beïnvloeden.”

Goed kijken én doorvragen
Volgens beide experts begint goede droge-ogenzorg met aandacht voor het verhaal achter de klacht. “Veel cliënten zeggen tijdens een controle dat het goed gaat,” vertelt Lisette. “Maar als je verder vraagt, blijkt dat ze bijvoorbeeld hun lenzen moeilijker uitkrijgen of vaak rode ogen hebben.” Laurie sluit zich daarbij aan. “Een uitgebreid droge-ogenonderzoek vormt altijd het startpunt. Cliënten vullen vooraf vaak een vragenlijst in, zoals de OSDI, DEQ-5, SPEED of SANDE. Dat geeft direct een objectief uitgangspunt en vermindert de stoeltijd.” Daarna volgt een uitgebreide anamnese, eventueel volgens de OVN-richtlijn droge ogen, gevolgd door beoordeling van visus en refractie. “Zeker bij nieuwe cliënten is het belangrijk om uit te sluiten dat een suboptimale correctie de klachten verklaart.

Uitgebreid onderzoek, Meibomklieren en nog meer…

Benieuwd hoe je droge-ogenzorg nog beter kunt afstemmen op de praktijk? In Oculus 5 2026 lees je het volledige interview met Lisette Ulfman-Hulsman en Laurie Savelkoul. Ontdek hun praktische adviezen, ervaringen uit de praktijk en visie op de toekomst van droge-ogenzorg.

Laatste nieuws

Bekijk alles