Nieuws

Van tijdgeest tot montuur

Een trend ontstaat niet op de tekentafel van een brillenmerk. Economische onzekerheid, technologische ontwikkelingen, het klimaat en de manier waarop jonge generaties naar de wereld kijken: alles kan uiteindelijk invloed hebben op een collectie. Trendforecaster Jan Agelink van Buro Jantrendman brengt die bewegingen in kaart en vertaalt ze naar producten en consumentengedrag. Wat ziet hij op dit moment gebeuren? Welke rol speelt Azië? En waarom zet Gentle Monster volgens hem de optiekwereld op zijn kop?

Door: Iris van Iersel

Jan houdt zich al sinds zijn studietijd bezig met trends. Aan de voorloper van de huidige Design Academy Eindhoven leerde hij niet alleen na te denken over textiel en vormgeving, maar vooral over de mensen voor wie al die producten worden gemaakt. “Je kunt iets moois ontwerpen, maar je moet ook weten voor wie het bedoeld is. Wie wil dit product hebben? Welke behoefte zit erachter? Dat vooruitkijken vond ik vanaf het begin interessant.”

Tijdens stages bij verschillende trendbureaus, waaronder dat van Lidewij Edelkoort, ontdekte hij hoe maatschappelijke ontwikkelingen kunnen worden vertaald naar beeld, kleur en design. Na enkele jaren in de creatieve sector begon hij zijn eigen bureau. Inmiddels werkt hij voor uiteenlopende opdrachtgevers: van grote merken tot bedrijven die actief zijn in interieur, mode en consumentenproducten.

Alles begint buiten de branche
Wie wil weten welke bril de consument straks wil dragen, moet volgens Jan juist verder kijken dan de optiekbranche. “Als trendforecaster kijk je naar de wereld in een heel breed perspectief. Je kunt niet alleen naar design kijken. Hoe gaat het met de economie en de politiek? Wat gebeurt er op het gebied van technologie en duurzaamheid? Al die ontwikkelingen hebben invloed op hoe mensen zich gedragen, welke producten ze willen en zelfs op de kleuren waartoe ze zich aangetrokken voelen.”

Een trend begint daarmee zelden bij een concrete vorm of kleur. Eerst verandert er iets in de maatschappij. Vervolgens ontstaat er een behoefte of tegenreactie bij de consument. Pas daarna krijgt die beweging een zichtbare vertaling in het modebeeld. “De informatie die ik verzamel, kan net zo goed worden vertaald naar een meubel als naar een schoen of een montuur. De achterliggende thema’s zijn vaak universeel. Denk aan nostalgie, seventies-invloeden of Hollywoodglamour. Je ziet dezelfde sfeer vervolgens in allerlei productgroepen terugkomen.”

Een emotioneel én rationeel proces
Trendforecasting is geen exacte wetenschap. Jan noemt het een organisch proces waarbij analyse en intuïtie voortdurend door elkaar lopen. “Ik lees kranten, bekijk webinars, lees rapporten en bezoek culturele evenementen en designweken. Tegelijkertijd probeer ik juist buiten de mainstream te kijken. Wat gebeurt er in een niche? Wat zie ik ineens opduiken dat ik niet eerder heb gezien?”

Beelden, teksten en observaties verdwijnen als het ware in een trechter. Langzaam ontstaan er verbanden. Ideeën die eerst los van elkaar lijken te staan, blijken onderdeel van een grotere beweging. Daarna begint het selecteren en vertalen. “Beeld komt op een gevoelsniveau binnen. Met een moodboard kun je laten zien hoe een ontwikkeling eruit zou kunnen gaan zien. Zo ontstaan uiteindelijk thema’s.”

Hoewel trendbureaus naar dezelfde wereld kijken, komen ze volgens Jan niet automatisch met precies hetzelfde verhaal. “Iedereen legt andere accenten. Er is ontzettend veel informatie, dus wat haal je eruit? Dat heeft met je eigen handschrift en interesses te maken.”

Zelf kijkt hij graag naar jonge generaties. “Gen Z is in een andere wereld opgegroeid en kijkt daardoor met andere ogen. Dat vind ik inspirerend. Wat bij jongeren ontstaat, kan later ook relevant worden voor de generaties erboven.”

Van algoritme tot etalage
Technologie, klimaatverandering en polarisatie klinken misschien als abstracte thema’s, maar volgens Jan zijn ze wel degelijk terug te zien in vormgeving. De groeiende invloed van algoritmes roept bijvoorbeeld ook een behoefte op aan ambacht en authenticiteit. Klimaatverandering zet vragen over produceren en consumeren verder op scherp. En een gepolariseerde samenleving kan leiden tot uitgesproken vormgeving, maar ook tot een verlangen naar zachtheid en vertrouwdheid.

Voor retailers ligt de kunst in de juiste dosering. “Een collectie moet commercieel zijn. De klant wil iets herkennen en zich ergens comfortabel bij voelen. Tegelijkertijd moet er ook iets spannends tussen zitten. Je hebt modellen nodig die altijd verkopen, maar ook een paar monturen die je in de etalage legt en waarmee je aandacht trekt.”

Dat betekent niet dat iedere opticien plotseling een collectie vol extreme brillen moet inkopen. “Je kunt wel alleen maar gekke monturen neerzetten, maar als jouw klant daar niet voor komt, werkt het niet. Het begint altijd met weten voor wie je er bent.”

Voor de opticien wordt het daarom steeds belangrijker om scherpe keuzes te maken. “Er is veel concurrentie van online aanbieders en prijsvechters. Dan moet je goed weten wie je consument is, waar diegene woont en waarom die persoon juist naar jouw winkel komt. Ik geloof dat mensen graag naar een winkel gaan die bij hen past en waar keuzes worden gemaakt waarop ze kunnen vertrouwen.”

Azië bepaalt steeds nadrukkelijker het beeld
Invloed ontstaat tegenwoordig razendsnel. Een trend die in Azië begint, kan via TikTok, muziekvideo’s, films en influencers korte tijd later jongeren in een Nederlands dorp bereiken. “We vergeten soms hoe groot de invloed van beroemdheden nog altijd is,”aldus Jan. “De modewereld is online overal aanwezig. Daardoor bereiken globale trends ook heel lokale doelgroepen.”

Binnen de optiek ziet hij vooral de invloed van de Aziatische markt groeien. Monturen worden verfijnder en vaak kleiner van vorm. Smalle ovalen, compacte geometrische modellen en subtiele metalen monturen sluiten aan bij een nieuwe beeldtaal die mede vanuit Azië wordt gevoed. “Jongeren grijpen terug op de jaren negentig en nul, maar geven daar weer hun eigen draai aan.”

Gentle Monster als gamechanger
Het merk dat deze ontwikkeling volgens Jan het duidelijkst verbeeldt, is Gentle Monster. Het Zuid-Koreaanse brillenmerk verkoopt niet alleen monturen, maar bouwt een compleet universum rond zijn collecties. In de winkels staan relatief weinig brillen. Kunstinstallaties en architectuur krijgen er minstens zoveel ruimte als het product. “Gentle Monster heeft de brillenwereld echt op zijn kop gezet,” zegt Jan. “De winkels zijn bijna musea. Mensen komen er om iets te beleven en te ontdekken. Dat geeft frisse lucht aan de branche.”

Het merk richtte zich eerder sterk op de Aziatische consument, maar wordt inmiddels wereldwijd gedragen door modevoorlopers en beroemdheden. Daarmee verspreidt ook de bijbehorende vormentaal zich. “Die kleine, ovale brillen kun je voor een deel terugleiden naar zo’n ontwikkeling. Gentle Monster begrijpt bovendien heel goed hoe een jonge generatie een merk wil ervaren.”

Voor opticiens zit de les niet alleen in de monturen. Ook de manier waarop een collectie wordt gepresenteerd, speelt een steeds grotere rol. Een winkel hoeft geen museum te worden, maar kan wel een eigen wereld creëren waarin een verhaal en de collectie elkaar versterken.

De bril als kers op de taart
Niet alles wat opduikt is volledig nieuw. Pilotenbrillen keren terug, soms in een uitgesproken, bijna ‘hardcore’ uitvoering. Daarnaast ziet Jan uitvergrote monturen, hoekige zonnebrillen, ronde vormen en modellen die dicht om het gezicht vallen. Ook dikke, bijna rubberachtige monturen en ‘droopy brillen’ duiken opnieuw op.

“Veel vormen komen om de paar jaar terug. Het verschil zit in de manier waarop ze opnieuw worden uitgevonden. Er ontstaan nieuwe materialen en combinaties. Merken als Bottega Veneta en Stella McCartney weten daar telkens weer iets eigens aan toe te voegen.”

De bril krijgt meer ruimte in het huidige kledingbeeld. “Met een bril kun je heel duidelijk identiteit laten zien. Je kunt basic gekleed zijn en met je montuur net even de kers op de taart toevoegen. Mensen durven daar steeds meer mee uit te pakken.”

Van warm rood naar koel blauw
Ook op het gebied van kleur gebeurt veel. De warme rode en aardse tonen die de afgelopen seizoenen sterk aanwezig waren, maken geleidelijk plaats voor een koeler gevoel. Blauw en blauwgroen komen nadrukkelijker in beeld. Daarnaast blijft transparantie belangrijk. Heldere kunststoffen, doorschijnende kleurlagen en rokerige transparanten geven zelfs een wat forser montuur een lichtere uitstraling.

Voor een oudere doelgroep blijven grotere zonnebrillen en duidelijke hoekige vormen relevant. Jongere consumenten bewegen vaker richting kleinere, verfijnde monturen. Toch adviseert Jan om trends nooit klakkeloos te volgen. “Een trend is geen voorschrift. Je moet kijken wat bij jouw klant en bij het DNA van je winkel past. Niet alles is voor iedereen relevant.”

Tussen alle online beelden en keuzes groeit de behoefte aan iemand die selecteert en adviseert: de opticien. Ken je klant; zo creëer je een fan voor het leven.

Dit artikel is eerder verschenen in Oculus 7, 2026.

Laatste nieuws

Bekijk alles