Twee ondernemers over hun weg naar zelfstandigheid
Wanneer besluit je dat het tijd is om het op je eigen manier te doen? Frank Tiesma en Melvin Sloot kozen allebei voor een eigen zaak, maar bewandelden een totaal andere weg. Frank maakte, na jaren in de optiek en bij leveranciers gewerkt te hebben, vrij plotseling de sprong. Melvin daarentegen wilde van jongs af aan al ondernemen, maar belandde via de nodige omwegen uiteindelijk in de optiek. Twee jonge ondernemers, twee persoonlijke verhalen over kansen pakken, fouten maken, blijven leren en vooral: heel dicht bij jezelf blijven.
Door: Bianca Schut
Bij Frank Tiesma kwam het ondernemerschap voort uit een zoektocht naar wat hij écht leuk vond binnen de optiek. Hij begon als optometrist, maar kwam er tijdens zijn ziekenhuisstage achter dat die kant van het vak hem minder trok. “Ik voelde me daar een beetje een veredeld doorgeefluik richting de oogarts”, vertelt Frank. “In de winkel kun je mensen helpen met een hulpvraag en daar een concrete kijkoplossing voor bieden. En ik kwam erachter dat ik brillen en stijl gewoon heel leuk vind.”
Na zo’n zeven jaar in winkels te hebben gewerkt, ging hij de sales in; eerst bij Rodenstock en later bij HOYA, waar hij Seiko in Nederland verder in de markt zette. Frank: “Ik kwam erachter dat ik nieuwe dingen neerzetten heel leuk vind. Toen ik later bij Hoya Global weer meer achter een bureau belandde, begon het te kriebelen. Tijdens Silmo in 2024 viel het kwartje. Ik dacht: dit is mijn wereld, ik wil een eigen winkel.” Frank diende zijn ontslag in. In oktober vond hij een pand, op 1 december kreeg hij de sleutel. Daan, die hij kende van Hoya en zelf ook een winkel wilde beginnen, stapte mee in. In februari 2025 openden ze Eyeconic in Utrecht, en inmiddels heeft het tweetal ook Voorthuis Optiek in Hilversum overgenomen.
Focus op collecties
Financieel bleek starten minder onbereikbaar dan hij vooraf dacht. “Je hebt geen gigantische bedragen nodig. Apparatuur is een grote kostenpost, maar daar kun je ook gunstig aan komen als je goed zoekt.” Zo’n zeventig procent van het budget ging bewust naar de collecties. “We wilden niet primair een mooie winkel, maar legden de focus vooral op de collecties waarin we het meest geloofden. De winkel moest daar organisch in meegroeien. De start in Utrecht was niet eenvoudig. Er zit veel zelfstandige optiek en de eerste maanden waren soms stil. Je bent zelf ook zoekende. Wat vertellen we bijvoorbeeld over de oogzorg die we leveren? Hoe vertel je met welke glazen je werkt?”, aldus Frank.
Technische details
Opvallend genoeg is Frank, ondanks zijn jarenlange achtergrond bij glasfabrikanten, geen voorstander van het verstrekken van veel technische details aan de klant. “Bij ons is de bril het belangrijkst en het glas moet bij die bril en bij de klant passen. Iedereen wordt ingemeten alsof we maatwerk verkopen, ook als het uiteindelijk een stockglaasje wordt. Ik merk dat de meeste klanten niet per se willen weten hoe een glas binoculair gecorrigeerd wordt met allerlei prisma’s. Een klant wil een mooie bril, met dito goede glazen.”
Ook naar prijzen is Frank anders gaan kijken. “Toen ik net in de winkel werkte, vond ik zeshonderd euro voor twee multifocale glazen en dan nog een montuur al heel veel geld. Later hoorde ik ondernemers vaak zeggen: ‘Mijn klanten gaan dit niet betalen’. Maar je kunt dat niet invullen voor je klant.” Daarom adviseert Frank direct de oplossing die hij het beste vindt. Dat kan een duur maatwerkglas zijn, maar ook een eenvoudig stockglas.
Grote verschillen
De zaken in Utrecht en Hilversum verschillen sterk. “In Utrecht is de gemiddelde klant ongeveer 36 jaar en worden er veel enkelvoudige glazen verkocht. In Hilversum is het klantenbestand ouder en zijn er veel multifocale dragers. Daar zijn we echt de buurtopticien. Daarom veranderen we er bewust niet te veel tegelijkertijd.” Frank wil graag groeien, maar niet automatisch met veel meer personeel tot gevolg. “Door afspraken slim te plannen, denk ik capaciteit beter te kunnen benutten. Op termijn zie ik wel ruimte voor een gastheer of gastvrouw die klanten opvangt, terwijl er gemeten wordt.”
Gewoon doen
Frank relativeert het ondernemerschap graag. “Ik vind ondernemen een beetje overrated. Als je een goed idee hebt waarover je goed hebt nagedacht, en je denkt dat het succesvol kan zijn en je krijgt er energie van, dan moet je het gewoon doen. Ik geloof niet in een blauwdruk of handboek. Belangrijker vind ik een eigen wil, authenticiteit en visie. Mijn advies aan jonge optiekprofessionals is dan ook helder: je moet het gewoon gaan doen. Natuurlijk moet je naar financiële haalbaarheid, verzorgingsgebied en concurrentie kijken. Maar ga het doen als je geen enorme beren op de weg ziet. Wel moet je kleur durven bekennen; ben je een prijsvechter, zit je in het middensegment of ga je hoger zitten? Je moet weten waar je voor staat en daar vervolgens ook aan vasthouden.”
Andere route
Waar Frank vanuit de optiek langzaam richting het ondernemerschap schoof, ging het bij Melvin Sloot bijna andersom. Hij wilde al jong ondernemer worden, maar juist niet in de optiek. Eerst moest hij vallen, verkeerde keuzes maken en een andere route nemen voordat hij ontdekte dat de wereld waarin hij als kind al rondliep uiteindelijk precies bij hem paste. “Ik had van jongs af aan al de wens om ondernemer te worden”, vertelt Melvin. “Mijn moeder had optiekzaken, maar rebels als ik was, moest ik daar niets van hebben.” Op zijn achttiende begon hij een poetsbedrijfje voor auto’s. Het begon aardig, maar Melvin was nog niet klaar voor het ondernemerschap. “Feesten in het weekend vond ik belangrijker, door de week een beetje ondernemen.” Het liep verkeerd af en hij deed er lang over om de schulden af te lossen. “Het is duur leergeld geweest.”
Unieke kans
Daarna werkte Melvin onder meer in de jeugdzorg en verslavingszorg. Dat lag dicht bij zijn eigen geschiedenis. “Ik heb een bewogen jeugd gehad, met veel problemen. Daar hoorde ook verslaving bij.” Hij kreeg zelf hulp bij zijn verslaving en merkte wat goede zorg met iemand kan doen. “Vanuit daar heb ik geleerd om op gevoel te werken, empathie te creëren, aandacht te hebben en zorg te geven.” Inmiddels is Melvin al meerdere jaren van zijn verslaving af.
Toen Melvin met zijn vriendin en kinderen boven de winkel van zijn moeder ging wonen, hielp hij eens mee tijdens actiedagen. “Toen dacht ik ineens: het is eigenlijk een heel mooi vak. Er zijn veel raakvlakken met de zorg, en je hebt hele mooie gesprekken met verschillende mensen.” Mensen om hem heen zeiden: ‘Je doet het zo leuk, waarom kom je niet in de optiek?’ Melvin ging vervolgens in de zaak werken, haalde zijn papieren en liep een aantal jaren mee. “Toen mijn moeder in 2024 een zaak in Hattem kocht, ontstond de mogelijkheid haar bestaande winkel over te nemen. Hoe verder ik kom, hoe meer ik besef hoe uniek die kans is geweest.”
Ruimte geven
Zijn manier van ondernemen draait vooral om mensen. Melvin: “Ik wil dat mensen graag voor me komen werken of graag iets bij me kopen doordat ik hun aandacht en ruimte geef, naar hen luister en hen behandel zoals ik zelf behandeld wil worden.” Hij ziet zichzelf dan ook niet als baas. “Ik ben gewoon medewerker van het bedrijf en ik moet het toevallig ook runnen. Het liefst begin ik de dag samen met koffie; wat gebeurt er vandaag, hoe zit iedereen erbij? Ook probeer ik medewerkers tussendoor een-op-een te spreken.”
Die stijl verschilt van die van eerdere generaties. “Mijn moeder is iets meer van de oude stempel. Mijn opa was ook ondernemer. Daar zat meer het klassieke ondernemerschap in: veel omzet draaien, goede cijfers, wat harder zijn.” Daar ziet Melvin óók de waarde van. “Ik moet als ondernemer wel mijn mannetje staan. Als je heel veel empathie hebt en voor anderen wilt zorgen, kan dat ook als zwakte worden gezien. Ik word daar gelukkig steeds sterker in.”
Blijven investeren
De overname bracht direct grote verantwoordelijkheid met zich mee. “Ik sta letterlijk voor meer dan vijf ton in de min”, vertelt Melvin. “Dan moet je wel presteren en dat weer wegpoetsen. Een bedrijfsadministrateur en accountant helpen mij grip te houden op de cijfers. Er gaat zoveel cashflow in en uit.” Investeren blijft voor Melvin belangrijk. “Zo moest apparatuur worden vervangen en kocht ik onder meer een DNEye Scanner van ongeveer dertigduizend euro. Maar als je alleen maar gaat oppotten, groei je niet.”
‘Hier kom ik op terug’ is de belangrijkste zin die Melvin zichzelf als ondernemer heeft aangeleerd. “Ik ben impulsief en reageerde vroeger vaak direct op een medewerker of leverancier. Dat was niet altijd slim. Tijdens een bezoek aan Opti in München heb ik eens zonder blikken of blozen zo’n tachtig monturen ingekocht. Dat was niet de slimste zet. Beurzen zijn ook wel gevaarlijk voor mij hoor. Er is zoveel moois te zien. Ik moet eigenlijk iemand naast me hebben die aan mijn jasje trekt.”
Grote woonkamer
Zijn advies aan jonge ondernemers is eenvoudig: blijf jezelf en ga op je gevoel af. “Maar je moet het echt leuk vinden en het ook niet erg vinden om op zondagmiddag nog even op kantoor te zitten. Dat hoort erbij.” Wanneer vindt hij zichzelf succesvol? “Ik vind het mooi als we een gevestigde naam zijn en iedereen weet waar we voor staan: aandacht, service, tijd en ruimte.” Hij omschrijft de winkel graag als een grote woonkamer. “Iedereen moet langs kunnen komen; voor een bril, maar ook gewoon voor een kop koffie”, aldus Melvin.
Dit verhaal is eerder verschenen in Oculus 7, 2026
