Duurzaam ondernemen: Verlichtingtips
Bespaartips
1. Vervang gloei- en halogeenlampen door spaar- en/of ledlampen en bespaar tot 80% energie per lamp.
2. Benoem één van de medewerkers als energiecoördinator. Een energiecoördinator zorgt ervoor dat er geen onnodig licht brandt.
3. Maak er een gewoonte van om bij het verlaten van een vertrek het licht uit te doen. Veel vertrekken (denk aan het toilet, de werkplaats en de refractieruimte) hoeven niet continu belicht te worden. Het kost niet meer energie als een lamp in een korte tijd aan en uitgeschakeld wordt.
4. Laat lampen niet onnodig branden. Door op bepaalde plaatsen een schakelklok, timer, bewegingsmelder of lichtsensor voor de verlichting aan te brengen, voorkomt u dat lampen onnodig blijven branden. Dat kan bijvoorbeeld bij de buitenverlichting of in de hal.
5. Zet verlichting op meerdere groepen. Door meer lichtschakelaars te installeren kan het licht aan gedaan worden daar waar het echt nodig is.
6. Bespaar energie door minder sterke lampen met een lager wattage te gebruiken.
7. Als er voldoende daglicht is, is kunstlicht niet nodig. Een elektronische daglichtregeling kan er zelfs voor zorgen dat verlichting in de buurt van ramen vanzelf gedimd wordt. Op het moment dat er wolken voor de zon komen, wordt het verlichtingsniveau weer aangepast.
8. Pas oude tl-verlichting aan. Oude tl-armaturen met een starter zijn gemakkelijk om te bouwen tot nieuwe, hoogfrequente tl-verlichting, door een adapter aan te brengen. Dit kunt u eenvoudig
zelf en u bespaart tot wel 50% energie.
9. Vervang lampen tijdig. Ruim voordat een lamp zijn houdbaarheidsdatum heeft bereikt is het verstandig alle lampen in één keer te vervangen. Als u alle lampen in de winkel in één keer vervangt, krijgt u wellicht korting van uw leverancier.
10. Maak lampen, armaturen en lichtsensoren regelmatig schoon. Als een lamp vies is, gaat een deel van het rendement verloren. Het is belangrijk om minstens één keer per jaar grote schoonmaak te houden. Schone verlichting gaat langer mee.
11. Vermijd het gebruik van halogeenlampen met een vermogen van meer dan 100 watt. Deze worden gebruikt in uplighters (vloerarmaturen die vooral licht naar boven stralen). Ze gebruiken erg veel energie. U kunt hiervoor beter spaarlampen gebruiken.
12. Voorzie alle armaturen zonder reflector van een spiegelreflector/spiegeloptiek en bespaar circa 20% op de energiekosten.
13. Voorzie open witte trogarmaturen of kale armaturen met twee tl-buizen van een spiegelreflector/ spiegeloptiek en bespaar 50% op de energiekosten (want één tl-buis kan vervallen).
14. Gebruik de juiste lamp op de juiste plek. Zo heeft u met minder lampen een betere verlichting.
15. Let bij het kopen van nieuwe armaturen op of ze geschikt zijn voor spaarlampen.
16. Lever kapotte spaarlampen en tl-buizen als klein chemisch afval in, een kapotte lamp verbruikt namelijk nog steeds energie als hij aangesloten is.
17. Heeft u lampen die u altijd dimt? Vervang die dan door een lamp die minder licht geeft.
18. Schakel een lichtadviseur in op het moment dat u uw winkel wilt verbouwen of neem contact op met het Energiecentrum MKB.
19. Stapt u over op spaarlampen? Deel dan het aantal watt dat u voor gloeilampen nodig had door vier. Koop in plaats van een gloeilamp van 60 watt dus een spaarlamp van 15 watt. U heeft dan dezelfde lichtopbrengst.
20. Als u over wilt gaan op energiezuinige verlichting, kunt u het beste eerst de lampen vervangen die veel aan staan en een hoge lichtopbrengst hebben.